Momenteel ligt Willemijn in Povoa de Varzim in Portugal. Over Bayona, de vorige haven waar Willemijn lag, valt weinig te vertellen. Ria de Vigo, de ria waarin Bayona ligt, was, net zoals elke Spaanse ria, mooi. Het stadje zelf echter niet echt. Het was tijdens de tocht naar en vanuit Bayona dat er een paar interessante gebeurtenissen plaatsvonden.
Bezoek aan boord.
Het silhouet van een patrouilleboot is duidelijk herkenbaar: hoog en slank. Ik had de papieren al klaarliggen toen het vaartuig op me afkwam en enige tijd achter me aanvoer voordat het een RIB met daarin drie douanebeambten lanceerde. In ruil voor het tonen van mijn paspoort en de scheeps-registratiepapieren, kreeg ik van de twee heren die aan boord kwamen een mooie doorslag van het door hen ingevulde document, dat zich nu ongetwijfeld ergens zal bevinden in een ordner vol soortgelijke ingevulde documenten, in een kast vol identieke ordners, in een kantoor gevuld met ordnerkasten, in een overheidsgebouw vol kantoren, waar het document nooit meer zal worden bekeken.
Een vroege ontmoeting.
Terwijl ik in de vroege ochtend de Ria de Vigo op weg naar Portugal uitvoer, kwam ik deze replica van een 15e eeuws schip tegen. De foto is helaas ietwat onscherp.
De Independence of Seas.
Enige uren later kwam ik ook de Independence of Seas tegen. Dit was het cruiseschip dat in A Coruna een paar duizend Engelse toeristen had afgezet. Ditmaal bleek het onderweg te zijn naar Vigo.
Povoa de Varzim telt een aantal leuke gebouwen. Een van de kerken doet tevens dienst als vuurtoren, Delfts Blauw wordt zowel toegepast aan de buitenzijde van panden als aan de binnenzijde, veel panden hebben afbeeldingen van heiligen en bijbelse gebeurtenissen aan de muren en piepkleine winkeltjes van 20 vierkante meter worden er door de eigenaars trots "supermercado" genoemd omdat er zowel cola als toiletpapier wordt verkocht.
De plaats is sowieso interessant omdat de haven vanavond, morgen en maandag gesloten is vanwege de eerste najaarsstorm van 2016. Deze storm is wat er over is van Nicole, de hurricane die enkele weken geleden de nodige ellende veroorzaakte in de Caraiben. Terwijl ik dit schrijf regent het, draait de windgenerator als een dolle en deint Willemijn in de box heen en weer.
De komende dagen zullen nog turbulenter worden. De zandbank voor de haveningang is 6 meter diep en de verwachting is dat de golven morgen en overmorgen 4,5 meter hoog zullen worden. Die zullen dus bij de haveningang gaan breken en de nodige deining in de haven veroorzaken. Willemijn ligt daarom, net zoals elk ander jacht hier, aan alle kanten met lijnen in de box ingespannen.
Dit is typisch Portugal. De kust is er volledig blootgesteld aan de golfslag van de Atlantische Oceaan. Dus zelfs wanneer de kern van een storm ver uit de kust blijft en aan de kust slechts 20 knopen wind veoorzaakt, krijgt de kust met enige vertragng de golven die veroorzaakt zijn door die kern te verwerken. Het is daarom ook de golfhoogte en niet de windsterkte die bepaalt of een haven gesloten wordt.
Povoa's vuurtorenkerk.
Het licht van de vuurtoren knippert helaas niet in het ritme waarin de kerkklokken worden geluid. Het zou wel handig zijn, omdat je dan op zee kunt zien hoe laat het is.
Mooi Delfts Blauw is niet lelijk.
Dit zouden meer mensen in Nederland met hun huis moeten doen.Ik laat in het midden of ik daarmee de tegels op het rechterpand of de afbeelding op het linkerpand bedoel.
De haveningang tijdens de avond van 23 oktober.
De haveningang bevindt zich tussen de golfbreker met het rode licht en de golfbreker waar ik op sta tijdens het maken van de foto. Beide golfbrekers zijn 8 a 10 meter hoog. De zee is er een kolkende massa van brekende golven die 4 a 4,5 meter hoog zijn. De wind is inmiddels al grotendeels gaan liggen. Deze golven zullen in- en uitvaren echter ook morgen nog onmogelijk maken.
"De kunst is niet om zo snel mogelijk aan de andere kant van de oceaan te komen, maar om tijdens de oversteek je spullen heel te houden." -Arie Baartman, zeezeiler en botenbouwer.
2016-10-22
A Coruna.
Na 5 dagen liggen, 3 dagen strompelen en 2 dagen behoedzaam lopen in Ribadeo, voer Willemijn eindelijk A Coruna binnen tijdens zonsopgang op 11 oktober. Het is zo'n 10 jaar geleden dat ik hier voor het laatst was. Dat was toen ik meevoer met de neef van een collega die ging emigreren naar Aruba. We vertrokken toen uit Genemuiden op 15 februari, kwamen aan in A Coruna rond begin maart en werden er door een jonge Engelsman die er in een cafe werkte en er in de zomer naartoe was gezeild voor gek verklaard. "Cross Biscay in february? Are you mad?" "Worse, we're Dutch." luidde mijn antwoord. Het was goed genoeg voor een lach, maar helaas niet voor een gratis drankje.
De twee andere zaken die ik me nog herinner van de tijd die we er toen lagen waren de controletoren op de golfbreker en de kou. We hadden beiden gehoopt dat de temperatuur er wat hoger zou zijn, maar iedereen liep er rond in dikke winterjassen.
Concello (stadhuis) da Coruna.
De Buxusplanten in het midden vormen... Nee viespeuk, dat is het niet. Het is een vuurtoren. De Buxushaag en het grind tonen het stadswapen van A Coruna.
Tegenover het stadhuis van A Coruna staat het standbeeld van Maria Pita. Deze heldin van A Coruna inspireerde en leidde op 4 mei 1589 een menigte die een succesvolle aanval uitvoerde op een Engelse invasiemacht die tot dan toe op het punt had gestaan om de stad in te nemen en dreef de Engelsen terug naar hun vloot. Meer dan 400 jaar later zijn Engelse invasies zeer welkom in A Coruna. Vooral wanneer de indringers fototoestellen rond hun nek hebben hangen en hun geld uitgeven in cafe's, restaurants en souvenirwinkels.
De Independence of Seas.
Kort nadat mijn 2000 nieuwe en deels lawaaierige Engelse buren hun cruiseschip hadden verlaten, was het niet meer mogelijk om een lege terrasstoel te vinden in het uitgaansgebied van A Coruna.
De twee andere zaken die ik me nog herinner van de tijd die we er toen lagen waren de controletoren op de golfbreker en de kou. We hadden beiden gehoopt dat de temperatuur er wat hoger zou zijn, maar iedereen liep er rond in dikke winterjassen.
Concello (stadhuis) da Coruna.
De Buxusplanten in het midden vormen... Nee viespeuk, dat is het niet. Het is een vuurtoren. De Buxushaag en het grind tonen het stadswapen van A Coruna.
Tegenover het stadhuis van A Coruna staat het standbeeld van Maria Pita. Deze heldin van A Coruna inspireerde en leidde op 4 mei 1589 een menigte die een succesvolle aanval uitvoerde op een Engelse invasiemacht die tot dan toe op het punt had gestaan om de stad in te nemen en dreef de Engelsen terug naar hun vloot. Meer dan 400 jaar later zijn Engelse invasies zeer welkom in A Coruna. Vooral wanneer de indringers fototoestellen rond hun nek hebben hangen en hun geld uitgeven in cafe's, restaurants en souvenirwinkels.
De Independence of Seas.
Kort nadat mijn 2000 nieuwe en deels lawaaierige Engelse buren hun cruiseschip hadden verlaten, was het niet meer mogelijk om een lege terrasstoel te vinden in het uitgaansgebied van A Coruna.
2016-10-12
Ribadeo.
De eerste drie dagen in Ribadeo lig ik in mijn kooi met pijnstillers achter de kiezen, terwijl ik de tijd doorbreng met het lezen van de Discworldboeken van Terry Pratchett op de e-reader. Het weer buiten is prachtig. De vierde dag, woensdag, kan ik stoppen met het nemen van pijnstillers. De zwelling is echter nog te groot om het been te gebruiken. De dag erna is lopen is weer een beetje mogelijk. Ik maak van de gelegenheid gebruik om even naar het kantoor van de havenmeester te gaan en te vragen waar ik brandstof kan halen. Volgens de Reeds almanac moet dit in Ribadeo met jerrycans, maar de havenmeester legt uit dat er sinds kort een pomp aan de andere zijde van de haven staat. Op mijn vraag of het ding het ook doet knikt ze gelukkig bevestigend.
Ze vraagt op haar beurt hoe het gaat met mijn knie. Nadat ik haar vertel dat het minder snel geneest dan verwacht, vraagt ze of er even iemand naar moet kijken. Dat wordt door mij niet afgeslagen. Ze pleegt een telefoontje en een klein uur later kan ik terecht in de aangrenzende, maar tot dan toe onbemande EHBO post. Na wat geknijp en gevoel door een verpleegkundige is de conclusie dat de knie zwaar gekneust is. Rust is het credo.
Op vrijdag is de pijn weer wat toegenomen. Waarschijnlijk door de belasting van gisteren. De zwelling is echter weer afgenomen. De volgende dag constateer ik tot mijn verbazing dat ik weer redelijk kan lopen. De zwelling is weliswaar nog steeds niet weg en er zijn van tijd tot tijd pijnsteken, maar ik kan weer lopen. Ik besluit daarom om naar de pomp te varen. De lokale Manuel (*) bedient de pomp. Samen vullen we de hoofdtank.
Ribadeo blijkt een lift te hebben, waarmee bewoners een groot deel van de klim van het havengebied naar de hoger gelegen dorpskern kunnen overslaan. De dorpskern, die voorheen buiten mijn bereik lag, is nu ineens makkelijk bereikbaar en blijkt een stuk levendiger te zijn dan het havengebied.
Omdat ik toch wel zin heb om weer eens iets anders te eten dan de rantsoenen aan boord, zoek ik een restaurant dat ook iets anders serveert dan octopus en zeevruchten. Dit lukt uiteindelijk. De entrecote die arriveert blijkt perfect gebakken te zijn. Iets dat geen enkel restaurant in Frankrijk was gelukt.
De Fransen hebben een naam hoog te houden op het gebied van gastronomie, maar elk restaurant in Frankrijk waar ik tijdens deze reis heb gegeten, faalde om het vlees dat ik medium gebakken wilde hebben ook daadwerkelijk zo te serveren. Het was elke keer te rauw of te ver doorgebakken.
Na te zijn teruggekeerd naar de boot besluit ik 's maandags te vertrekken naar A Coruna. Dicht onder de kust, aangezien de gribfiles 20 tot 25 knopen wind verder uit de kust laten zien.
(*) Veel havens hebben een behulpzame, iets oudere man in dienst die dient als Manusje-van-Alles. Zolang ik zijn echte naam niet ken noem ik deze persoon daarom ook "Manus". Tenminste, in Nederlandse havens. In Engelse havens heet hij "Manny" en in Spaanse havens "Manuel". De plaatselijke Manus is niet te verwarren met de plaatselijke Harry. Een Handige Harry is namelijk iemand die gespecialiseerd is in het uitvoeren van reparaties aan boten. Tevens heet een Handige Harry altijd "Harry", ongeacht de taal.
Met enige oefening is het verschil tussen beide soorten goed te spotten: Een Manus verplaatst zich meestal per fiets, terwijl een Harry eigenlijk altijd in een busje rijdt. Een Manus sleept met lijnen en slangen over de steigers, terwijl een Harry de steigers gebruikt om rolkoffers met gereedschap achter zich aan te sleuren. Tenslotte is een Manus meestal op de steigers te vinden, waar hij druk met zijn armen fladderend boten naar hun box wijst, terwijl de natuurlijke habitat van een Harry de motorruimte van boten is. Het is over het algemeen niet moeilijk om een Harry te vinden die zich al in de motorruimte van een boot heeft genesteld: men hoeft slechts te luisteren uit welke boot het gevloek opstijgt.
Het plaatsje Castropol in de ria gezien vanuit Ribadeo.
De ingang van de Ria.
Een brug met een minimum doorvaarthoogte van 32 meter is geplaatst in de ingang van de ria.
Ze vraagt op haar beurt hoe het gaat met mijn knie. Nadat ik haar vertel dat het minder snel geneest dan verwacht, vraagt ze of er even iemand naar moet kijken. Dat wordt door mij niet afgeslagen. Ze pleegt een telefoontje en een klein uur later kan ik terecht in de aangrenzende, maar tot dan toe onbemande EHBO post. Na wat geknijp en gevoel door een verpleegkundige is de conclusie dat de knie zwaar gekneust is. Rust is het credo.
Op vrijdag is de pijn weer wat toegenomen. Waarschijnlijk door de belasting van gisteren. De zwelling is echter weer afgenomen. De volgende dag constateer ik tot mijn verbazing dat ik weer redelijk kan lopen. De zwelling is weliswaar nog steeds niet weg en er zijn van tijd tot tijd pijnsteken, maar ik kan weer lopen. Ik besluit daarom om naar de pomp te varen. De lokale Manuel (*) bedient de pomp. Samen vullen we de hoofdtank.
Ribadeo blijkt een lift te hebben, waarmee bewoners een groot deel van de klim van het havengebied naar de hoger gelegen dorpskern kunnen overslaan. De dorpskern, die voorheen buiten mijn bereik lag, is nu ineens makkelijk bereikbaar en blijkt een stuk levendiger te zijn dan het havengebied.
Omdat ik toch wel zin heb om weer eens iets anders te eten dan de rantsoenen aan boord, zoek ik een restaurant dat ook iets anders serveert dan octopus en zeevruchten. Dit lukt uiteindelijk. De entrecote die arriveert blijkt perfect gebakken te zijn. Iets dat geen enkel restaurant in Frankrijk was gelukt.
De Fransen hebben een naam hoog te houden op het gebied van gastronomie, maar elk restaurant in Frankrijk waar ik tijdens deze reis heb gegeten, faalde om het vlees dat ik medium gebakken wilde hebben ook daadwerkelijk zo te serveren. Het was elke keer te rauw of te ver doorgebakken.
Na te zijn teruggekeerd naar de boot besluit ik 's maandags te vertrekken naar A Coruna. Dicht onder de kust, aangezien de gribfiles 20 tot 25 knopen wind verder uit de kust laten zien.
(*) Veel havens hebben een behulpzame, iets oudere man in dienst die dient als Manusje-van-Alles. Zolang ik zijn echte naam niet ken noem ik deze persoon daarom ook "Manus". Tenminste, in Nederlandse havens. In Engelse havens heet hij "Manny" en in Spaanse havens "Manuel". De plaatselijke Manus is niet te verwarren met de plaatselijke Harry. Een Handige Harry is namelijk iemand die gespecialiseerd is in het uitvoeren van reparaties aan boten. Tevens heet een Handige Harry altijd "Harry", ongeacht de taal.
Met enige oefening is het verschil tussen beide soorten goed te spotten: Een Manus verplaatst zich meestal per fiets, terwijl een Harry eigenlijk altijd in een busje rijdt. Een Manus sleept met lijnen en slangen over de steigers, terwijl een Harry de steigers gebruikt om rolkoffers met gereedschap achter zich aan te sleuren. Tenslotte is een Manus meestal op de steigers te vinden, waar hij druk met zijn armen fladderend boten naar hun box wijst, terwijl de natuurlijke habitat van een Harry de motorruimte van boten is. Het is over het algemeen niet moeilijk om een Harry te vinden die zich al in de motorruimte van een boot heeft genesteld: men hoeft slechts te luisteren uit welke boot het gevloek opstijgt.
Het plaatsje Castropol in de ria gezien vanuit Ribadeo.
De ingang van de Ria.
Een brug met een minimum doorvaarthoogte van 32 meter is geplaatst in de ingang van de ria.
2016-10-07
Golf van Biscaje.
Inleiding.
Voordat ik begin met het beschrijven van de oversteek van de Golf van Biscaje, zijn er twee gebeurtenissen die ik ga beschrijven. De reden daarvoor is dat deze gebeurtenissen een grote rol zouden spelen tijdens de oversteek. De eerste vond op de dag voor vertrek plaats om iets na zeven uur 's avonds. De tweede rond 11 uur 's ochtends op dinsdag 27 september, de dag van vertrek.
Twee onfortuinlijke gebeurtenissen.
Pats! Met een scherpe tik maakt het drinkglas contact met de stenen cafevloer en sneuvelt. Kleine, vierkante brokjes glas verspreiden zich over de vloer van het cafe. Een fractie van een seconde later volgen mijn linker elleboog en rechterknie. En terwijl ik in deze voor nuchtere cafegangers onnatuurlijke houding het centrum van aandacht ben van het volledige cafe, denk ik bij mezelf "dat krijg je ervan wanneer je de barkeeper een plezier wilt doen". Wat er gebeurde was, dat ik een afstapje had gemist. Ik besloot om de spullen die bij me op tafel stonden: pizzaplank, bestek, olievaatje en drinkglas naar de bar te brengen. En ik wist dat ik daarbij een aantal tredes af moest dalen. De pizzaplank, met daarop het drinkglas, belemmerde echter het zicht op de tredes. En terwijl ik dacht dat er slechts twee tredes waren bleken het er helaas drie te zijn.
Mijn rechterknie is al sinds ik zes jaar oud was een zorgenkindje. Het onfortuinlijke resultaat van een aanrijding door een brommer. Botgroei, een paar littekens en een overgevoelige plek schuin onder de knieschijf zijn een dagelijkse herinnering aan die gebeurtenis. Mijn knie deed na de val echter geen pijn. De enige verwonding leek dus een gekwetste trots te zijn.
De drie vissers op de golfbreker naast de dieselpomp in de haven van Camaret-sur-Mer kijken me een beetje verdwaasd aan. "Are you telling me the fuel pomp is broken?" vraag ik. "oui, pompe en panne" is het antwoord. Dit kun je niet menen. De tocht over de Baai van Biscaje duurt minstens 3 dagen, er staat volgens de gribfiles 's nachts minder dan 5 knopen wind, waardoor ik weet dat ik dan moet motoren en dit zou dan moeten gebeuren met een hoeveelheid brandstof die 40% van de maximale capaciteit bedraagt? Ik moet echter weg, want het weerbericht laat een front zien dat met windkracht 7 in de nacht van zondag op maandag over de golf zal trekken. Het is dinsdag, dus niet gaan betekent dat ik hier weer een week zal liggen. 6 uur later ben ik op de motor de laatste rotsen achter Ile de Sein gepasseerd, wordt de koers bijgesteld naar 208 graden en worden de zeilen gehesen. Nog ongeveer 18 uur aan brandstof over.
De oversteek.
De rest van dinsdag 27 september, de eerste dag van de oversteek, is verder druilerig. Maar er staat wind, La Coruna is met halve wind makkelijk bezeild en Willemijn vaart meer dan 4 knopen. Een stalen boot is nu eenmaal niet snel. 's Nachts rond elf uur valt de wind echter weg en wordt de motor gestart. Rond zes uur 's ochtens komt de wind terug. Nog ongeveer 12 uur aan brandstof over.
De tweede dag is prachtig. Zon, dolfijnen en een fatsoenlijke wind. Tot de middag althans, wanneer Willemijn 4 uur lang ligt te dobberen. Ik weersta de neiging om de motor te starten, maar ontkom er niet aan wanneer de wind 's nachts opnieuw wegvalt. Nog ongeveer 6 uur aan brandstof over.
De derde dag is voor het grootste deel een verloren dag. Het warmtefront dat overtrekt zorgt voor een grijze wolkendeken, motregen en windstilte. Ach, in elk geval zorgt het er ook voor dat het niet koud is. Ik schiet dus gedurende 18 uur slechts 16 mijl op. Het meeste daarvan tijdens de vroege ochtend nadat de motor werd uitgezet. Alleen de Atlantische deining beweegt het water nog. Motoren is echter uit den boze. Er is slechts voor 6 uur brandstof over en dat is nodig voor noodgevallen of het aanlopen van een haven. Bij de noordkust van Galicie kan het immers flink spoken. Het gehesen grootzeil stabiliseert de boot weliswaar, maar ik haat het geruk aan en geklapper van het beslag. Strijken is echter geen optie: zonder de luchtweerstand van het zeil zou het gerol van de boot extreem worden en zou het onmogelijk zijn om in mijn kooi te blijven liggen. Het onophoudelijke geklapper 's nachts, dat binnen extra luid is, zorgt ervoor dat ik de beslissing dat ik ben gegaan vervloek.
Ook vrijdag 's ochtends, de vierde dag, staat er weer wind. En net zoals tijdens de voorafgaande dagen begint deze zo'n twee uur voor zonsopgang te blazen. De wind wordt weliswaar weer zwakker gedurende de dag, maar is ditmaal voldoende om de druk in de zeilen te houden en Willemijn vooruit te stuwen. Rond zes uur 's middags trekt de wind verder aan. Zes uur eerder dan de gribfiles voor vertrek al hadden voorspeld. Eindelijk maakt de boot weer mijlen. Windkracht 5 sleept Willemijn met meer dan 5 knopen door het water. De boot ligt echter, net zoals de dag ervoor, niet meer op 208 graden. La Coruna is dus niet langer bezeild. Het nieuwe doel wordt Ria Viveiro.
Nu de boot 's nachts eindelijk stabiel ligt, er geen motorgeronk is en ik begin te wennen aan het ritme, val ik in een diepe slaap. De eerste twee nachten had ik niet geslapen en de derde nacht slechts zeer ondiep en korstondig. Rond vier uur wordt ik wakker. Ditmaal niet van de kookwekker, maar van de pijn. Een schreeuwende pijn in mijn rechterknie laat me op mijn tanden bijten. Ik vraag me af of de val in Camaret misschien de oorzaak is. Drie nachten slaapgebrek doet tenslotte het een en ander met je weerstand. Of heb ik me soms met het overgevoelige deel van mijn kniet schrap gezet tgen de rand van de kooi tijdens mijn slaap? Ik denk bij mezelf dat dit gewoon niet waar kan zijn. "Eerst een val, dan een kapotte pomp en nu dit!? Is deze trip soms vervloekt? Waren die eerste twee zaken soms voortekenen?" Van slapen komt niets meer. Mijn knie begint te zwellen en te kloppen. De minste aanraking veroorzaakt een pijnscheut.
De vijfde dag is godzijdank prachtig. De zon vijzelt mijn moraal een beetje op. De wind is echter nog verder gedraaid zodat Ria Viveiro ook geen optie meer is. F*ck it. Ria de Ribadeo dan maar. Mijn rechterknie kwelt me zonder mededogen en maakt dat elke haven op dit moment een goede is. De kust van Galicie is van veraf imposant en van dichtbij prachtig. Groene bergen vol bossen worden hier en daar onderbroken door lichtgroene velden met kleine groepjes huizen. "Wat moet het hier mooi wonen zijn" denk ik. "In Nederland betaal je tonnen voor een beetje uitzicht over een paar half ondergelopen weilanden en een bosrandje en hier heeft iedereen een uitzicht dat 10 maal mooier is voor een fractie van die prijs."
Ik weet dat ik de boot zal moeten afmeren en de havenformaliteiten afhandelen, zaken waarbij ik mijn knie zal moeten gebruiken. Ik slik dus een Tramadol, de zwaarste pijnstiller die ik aan boord heb. Ria de Ribadeo wordt binnengelopen rond 17:00 uur. Een klein uur later lig ik in mijn kooi met mijn knie in een elastisch verband. Naast de kooi staan een paar pakken jus de orange om uit te drinken, een paar lege flessen om in te p*ssen, een doos Paracetamol, mijn telefoon en mijn e-reader.
Oversteek voltooid. Aankomst in Spanje op 1 oktober.
Voordat ik begin met het beschrijven van de oversteek van de Golf van Biscaje, zijn er twee gebeurtenissen die ik ga beschrijven. De reden daarvoor is dat deze gebeurtenissen een grote rol zouden spelen tijdens de oversteek. De eerste vond op de dag voor vertrek plaats om iets na zeven uur 's avonds. De tweede rond 11 uur 's ochtends op dinsdag 27 september, de dag van vertrek.
Twee onfortuinlijke gebeurtenissen.
Pats! Met een scherpe tik maakt het drinkglas contact met de stenen cafevloer en sneuvelt. Kleine, vierkante brokjes glas verspreiden zich over de vloer van het cafe. Een fractie van een seconde later volgen mijn linker elleboog en rechterknie. En terwijl ik in deze voor nuchtere cafegangers onnatuurlijke houding het centrum van aandacht ben van het volledige cafe, denk ik bij mezelf "dat krijg je ervan wanneer je de barkeeper een plezier wilt doen". Wat er gebeurde was, dat ik een afstapje had gemist. Ik besloot om de spullen die bij me op tafel stonden: pizzaplank, bestek, olievaatje en drinkglas naar de bar te brengen. En ik wist dat ik daarbij een aantal tredes af moest dalen. De pizzaplank, met daarop het drinkglas, belemmerde echter het zicht op de tredes. En terwijl ik dacht dat er slechts twee tredes waren bleken het er helaas drie te zijn.
Mijn rechterknie is al sinds ik zes jaar oud was een zorgenkindje. Het onfortuinlijke resultaat van een aanrijding door een brommer. Botgroei, een paar littekens en een overgevoelige plek schuin onder de knieschijf zijn een dagelijkse herinnering aan die gebeurtenis. Mijn knie deed na de val echter geen pijn. De enige verwonding leek dus een gekwetste trots te zijn.
De drie vissers op de golfbreker naast de dieselpomp in de haven van Camaret-sur-Mer kijken me een beetje verdwaasd aan. "Are you telling me the fuel pomp is broken?" vraag ik. "oui, pompe en panne" is het antwoord. Dit kun je niet menen. De tocht over de Baai van Biscaje duurt minstens 3 dagen, er staat volgens de gribfiles 's nachts minder dan 5 knopen wind, waardoor ik weet dat ik dan moet motoren en dit zou dan moeten gebeuren met een hoeveelheid brandstof die 40% van de maximale capaciteit bedraagt? Ik moet echter weg, want het weerbericht laat een front zien dat met windkracht 7 in de nacht van zondag op maandag over de golf zal trekken. Het is dinsdag, dus niet gaan betekent dat ik hier weer een week zal liggen. 6 uur later ben ik op de motor de laatste rotsen achter Ile de Sein gepasseerd, wordt de koers bijgesteld naar 208 graden en worden de zeilen gehesen. Nog ongeveer 18 uur aan brandstof over.
De oversteek.
De rest van dinsdag 27 september, de eerste dag van de oversteek, is verder druilerig. Maar er staat wind, La Coruna is met halve wind makkelijk bezeild en Willemijn vaart meer dan 4 knopen. Een stalen boot is nu eenmaal niet snel. 's Nachts rond elf uur valt de wind echter weg en wordt de motor gestart. Rond zes uur 's ochtens komt de wind terug. Nog ongeveer 12 uur aan brandstof over.
De tweede dag is prachtig. Zon, dolfijnen en een fatsoenlijke wind. Tot de middag althans, wanneer Willemijn 4 uur lang ligt te dobberen. Ik weersta de neiging om de motor te starten, maar ontkom er niet aan wanneer de wind 's nachts opnieuw wegvalt. Nog ongeveer 6 uur aan brandstof over.
De derde dag is voor het grootste deel een verloren dag. Het warmtefront dat overtrekt zorgt voor een grijze wolkendeken, motregen en windstilte. Ach, in elk geval zorgt het er ook voor dat het niet koud is. Ik schiet dus gedurende 18 uur slechts 16 mijl op. Het meeste daarvan tijdens de vroege ochtend nadat de motor werd uitgezet. Alleen de Atlantische deining beweegt het water nog. Motoren is echter uit den boze. Er is slechts voor 6 uur brandstof over en dat is nodig voor noodgevallen of het aanlopen van een haven. Bij de noordkust van Galicie kan het immers flink spoken. Het gehesen grootzeil stabiliseert de boot weliswaar, maar ik haat het geruk aan en geklapper van het beslag. Strijken is echter geen optie: zonder de luchtweerstand van het zeil zou het gerol van de boot extreem worden en zou het onmogelijk zijn om in mijn kooi te blijven liggen. Het onophoudelijke geklapper 's nachts, dat binnen extra luid is, zorgt ervoor dat ik de beslissing dat ik ben gegaan vervloek.
Ook vrijdag 's ochtends, de vierde dag, staat er weer wind. En net zoals tijdens de voorafgaande dagen begint deze zo'n twee uur voor zonsopgang te blazen. De wind wordt weliswaar weer zwakker gedurende de dag, maar is ditmaal voldoende om de druk in de zeilen te houden en Willemijn vooruit te stuwen. Rond zes uur 's middags trekt de wind verder aan. Zes uur eerder dan de gribfiles voor vertrek al hadden voorspeld. Eindelijk maakt de boot weer mijlen. Windkracht 5 sleept Willemijn met meer dan 5 knopen door het water. De boot ligt echter, net zoals de dag ervoor, niet meer op 208 graden. La Coruna is dus niet langer bezeild. Het nieuwe doel wordt Ria Viveiro.
Nu de boot 's nachts eindelijk stabiel ligt, er geen motorgeronk is en ik begin te wennen aan het ritme, val ik in een diepe slaap. De eerste twee nachten had ik niet geslapen en de derde nacht slechts zeer ondiep en korstondig. Rond vier uur wordt ik wakker. Ditmaal niet van de kookwekker, maar van de pijn. Een schreeuwende pijn in mijn rechterknie laat me op mijn tanden bijten. Ik vraag me af of de val in Camaret misschien de oorzaak is. Drie nachten slaapgebrek doet tenslotte het een en ander met je weerstand. Of heb ik me soms met het overgevoelige deel van mijn kniet schrap gezet tgen de rand van de kooi tijdens mijn slaap? Ik denk bij mezelf dat dit gewoon niet waar kan zijn. "Eerst een val, dan een kapotte pomp en nu dit!? Is deze trip soms vervloekt? Waren die eerste twee zaken soms voortekenen?" Van slapen komt niets meer. Mijn knie begint te zwellen en te kloppen. De minste aanraking veroorzaakt een pijnscheut.
De vijfde dag is godzijdank prachtig. De zon vijzelt mijn moraal een beetje op. De wind is echter nog verder gedraaid zodat Ria Viveiro ook geen optie meer is. F*ck it. Ria de Ribadeo dan maar. Mijn rechterknie kwelt me zonder mededogen en maakt dat elke haven op dit moment een goede is. De kust van Galicie is van veraf imposant en van dichtbij prachtig. Groene bergen vol bossen worden hier en daar onderbroken door lichtgroene velden met kleine groepjes huizen. "Wat moet het hier mooi wonen zijn" denk ik. "In Nederland betaal je tonnen voor een beetje uitzicht over een paar half ondergelopen weilanden en een bosrandje en hier heeft iedereen een uitzicht dat 10 maal mooier is voor een fractie van die prijs."
Ik weet dat ik de boot zal moeten afmeren en de havenformaliteiten afhandelen, zaken waarbij ik mijn knie zal moeten gebruiken. Ik slik dus een Tramadol, de zwaarste pijnstiller die ik aan boord heb. Ria de Ribadeo wordt binnengelopen rond 17:00 uur. Een klein uur later lig ik in mijn kooi met mijn knie in een elastisch verband. Naast de kooi staan een paar pakken jus de orange om uit te drinken, een paar lege flessen om in te p*ssen, een doos Paracetamol, mijn telefoon en mijn e-reader.
Oversteek voltooid. Aankomst in Spanje op 1 oktober.
2016-09-20
Camaret-sur-Mer.
Vertrokken uit Roscoff naar Camaret-sur-Mer op 18 september,
na een verkeerd getimede poging een dag eerder. Omdat de dagen korter
beginnen te worden en ik nou eenmaal graag bij daglicht in een vreemde haven aankom,
is timing bij tochten van 13 uur waarbij men met stroming te maken krijgt essentieel geworden.
En aankomen bij daglicht is al helemaal prettig in een vaargebied als Bretagne, waar de kustwateren bezaaid zijn met rotsen. De tocht van Roscoff naar Camaret was gelukkig de laatste tocht
waar stroming een rol speelt.
Ook speelden dolfijnen eindelijk een rol. Rugvinnen waren aan het begin van de tocht van Roscoff naar Camaret al een paar keer te zien, maar het was aan het einde van de tocht dat flipper en zijn familie om de boot kwamen zwemmen. Een ervan sprong zelfs omhoog uit het water. Waar is je fototoestel verdorie als je het ding nodig hebt?
Deze tocht was de laatste tocht naar een haven in Frankrijk. Ik heb namelijk besloten de Golf van Biscaje in een keer over te steken. Op die manier heb ik de Golf van Biscaje voor het stormseizoen achter me liggen. Vanuit de Canarische Eilanden is de oversteek naar de Caraiben toch pas in januari te doen, dus eenmaal in Portugal heb ik de tijd.
Rumoer in de haven de dag na aankomst; een boot van les Sauveteurs en Mer, de Franse reddingbrigade, dropte met brullende motoren een Engels zeiljacht af. Het jacht bleek vanuit La Coruna te zijn vertrokken en onderweg te zijn naar Brest dat net ten noorden van Camaret ligt. Motorproblemen veroorzaakt door bacteriegroei in het brandstofsysteem zorgden echter voor problemen op het laatste stuk.
De kade van Camaret-sur-Mer.
Dit voormalige vissersdorpje heeft zich nu volledig op watersporters en dagjesmensen gericht. Bussen met -veelal bejaarde- toeristen worden 's ochtends afgezet en 's avonds weer opgehaald.
De Legostenen van Moeder Natuur.
Iemand is ooit begonnen met het opstapelen van wat stenen. En sindsdien zorgen toeristen en de plaatselijke jeugd ervoor dat de steentorentjes dit strand volledig bedekken.
Het scheepskerkhof.
Een deel van de kade naast de visserskapel is de laatste rustplaats voor de langzaam wegrottende houten vissersboten die ooit de vissersvloot van Camaret vormden.
Ook speelden dolfijnen eindelijk een rol. Rugvinnen waren aan het begin van de tocht van Roscoff naar Camaret al een paar keer te zien, maar het was aan het einde van de tocht dat flipper en zijn familie om de boot kwamen zwemmen. Een ervan sprong zelfs omhoog uit het water. Waar is je fototoestel verdorie als je het ding nodig hebt?
Deze tocht was de laatste tocht naar een haven in Frankrijk. Ik heb namelijk besloten de Golf van Biscaje in een keer over te steken. Op die manier heb ik de Golf van Biscaje voor het stormseizoen achter me liggen. Vanuit de Canarische Eilanden is de oversteek naar de Caraiben toch pas in januari te doen, dus eenmaal in Portugal heb ik de tijd.
Rumoer in de haven de dag na aankomst; een boot van les Sauveteurs en Mer, de Franse reddingbrigade, dropte met brullende motoren een Engels zeiljacht af. Het jacht bleek vanuit La Coruna te zijn vertrokken en onderweg te zijn naar Brest dat net ten noorden van Camaret ligt. Motorproblemen veroorzaakt door bacteriegroei in het brandstofsysteem zorgden echter voor problemen op het laatste stuk.
De kade van Camaret-sur-Mer.
Dit voormalige vissersdorpje heeft zich nu volledig op watersporters en dagjesmensen gericht. Bussen met -veelal bejaarde- toeristen worden 's ochtends afgezet en 's avonds weer opgehaald.
De Legostenen van Moeder Natuur.
Iemand is ooit begonnen met het opstapelen van wat stenen. En sindsdien zorgen toeristen en de plaatselijke jeugd ervoor dat de steentorentjes dit strand volledig bedekken.
Het scheepskerkhof.
Een deel van de kade naast de visserskapel is de laatste rustplaats voor de langzaam wegrottende houten vissersboten die ooit de vissersvloot van Camaret vormden.
2016-09-13
Roscoff.
Op 12 september om 8 uur 's ochtend vertrokken naar Roscoff. Vanuit Cherbourg naar Roscoff is een tocht van 24 uur en dat betekent dus 's nachts doorvaren. En aangezien ik enige ervaring heb met 's nachts varen, was het een tocht waar ik tegenop keek. Niets is namelijk zo saai en eenzaam als 's nachts solo varen. En dan is er nog het katterige gevoel (kokhalzen) dat mij 's nachts parten speelt. Het is iets waar je echt aan moet wennen. Het gaat goed als je kunt slapen, maar dat kun je hier niet. Er is altijd wel een vissersbootje dat je in de gaten moet houden.
Van de legendarische stroming rond Cap de la Hague was niet veel te merken. Waarschijnlijk was dit doordat ik de dag na doodtij vetrok en om Alderney en Guernsey heen zeilde. 7,5 kn snelheid werd even aangetikt, maar viel daarna al snel terug naar 6.5.
Ook de nacht begon relatief goed. Het werd weliswaar windstil, maar de sterrenhemel, waar zelfs iets van een melkweg kon worden ontwaard, maakte veel goed. De stuurautomaat deed zijn werk, ik kon in de kajuit liggen en mijn ogen om het half uur dichtdoen en de motor bleef draaien. Toen ik echter om 3 uur naar buiten keek zag ik wat geflikker in de verte voor me. Bliksem. Er was enige regen voorspeld bij aankomst, maar geen onweer. Om 5 uur leek het erop dat het onweersfront voor me was langsgetrokken. Fout. Om half 7 zaten er onweer en de bijbehorende plensbui boven me. Gelukkig was het geen zware onweersbui, maar om die schichten om je heen het water te zien raken, soms niet meer dan anderhalve kilometer van je vandaan, is niet fijn wanneer je je realiseert dat je een 16 meter hoge bliksemafleider, die bovendien verbonden is met je electronica, op je boot hebt staan en dat jouw boot de enige bliksemafleider in een straal van 10 mijl is.
Natuurlijk hield de stuurautomaat er ook mee op. Zelf sturen dus. Gelukkig werd het inmiddels een beetje licht. Rond 8 uur was het onweer voorbij en was de zon boven de horizon te zien. De marina van Roscoff werd binnengelopen rond 9 uur.
De stuurautomaat doet het inmiddels weer. Na openen van de behuizing bleek er wat water naar binnen te zijn gelopen. Waarom men die dingen niet waterdicht maakt blijft me een raadsel. Enfin, een leuk klusje om zelf te doen.
Roscoff zelf blijkt een agrarisch plaatsje te zijn waar kleine, met kool, uien of winterpenen gevulde veldjes van keuterboeren het landschap bepalen. Omdat het stadje het aankomstpunt is voor een ferry uit Plymouth, is er voor de bezoekers uit Engeland een casino gebouwd. Ook is er een kleine exotische tuin waar bezoekers tegen betaling van 6 euro naar planten mogen kijken die ze in een tuincentrum gratis kunnen bewonderen.
Van de legendarische stroming rond Cap de la Hague was niet veel te merken. Waarschijnlijk was dit doordat ik de dag na doodtij vetrok en om Alderney en Guernsey heen zeilde. 7,5 kn snelheid werd even aangetikt, maar viel daarna al snel terug naar 6.5.
Ook de nacht begon relatief goed. Het werd weliswaar windstil, maar de sterrenhemel, waar zelfs iets van een melkweg kon worden ontwaard, maakte veel goed. De stuurautomaat deed zijn werk, ik kon in de kajuit liggen en mijn ogen om het half uur dichtdoen en de motor bleef draaien. Toen ik echter om 3 uur naar buiten keek zag ik wat geflikker in de verte voor me. Bliksem. Er was enige regen voorspeld bij aankomst, maar geen onweer. Om 5 uur leek het erop dat het onweersfront voor me was langsgetrokken. Fout. Om half 7 zaten er onweer en de bijbehorende plensbui boven me. Gelukkig was het geen zware onweersbui, maar om die schichten om je heen het water te zien raken, soms niet meer dan anderhalve kilometer van je vandaan, is niet fijn wanneer je je realiseert dat je een 16 meter hoge bliksemafleider, die bovendien verbonden is met je electronica, op je boot hebt staan en dat jouw boot de enige bliksemafleider in een straal van 10 mijl is.
Natuurlijk hield de stuurautomaat er ook mee op. Zelf sturen dus. Gelukkig werd het inmiddels een beetje licht. Rond 8 uur was het onweer voorbij en was de zon boven de horizon te zien. De marina van Roscoff werd binnengelopen rond 9 uur.
De stuurautomaat doet het inmiddels weer. Na openen van de behuizing bleek er wat water naar binnen te zijn gelopen. Waarom men die dingen niet waterdicht maakt blijft me een raadsel. Enfin, een leuk klusje om zelf te doen.
Roscoff zelf blijkt een agrarisch plaatsje te zijn waar kleine, met kool, uien of winterpenen gevulde veldjes van keuterboeren het landschap bepalen. Omdat het stadje het aankomstpunt is voor een ferry uit Plymouth, is er voor de bezoekers uit Engeland een casino gebouwd. Ook is er een kleine exotische tuin waar bezoekers tegen betaling van 6 euro naar planten mogen kijken die ze in een tuincentrum gratis kunnen bewonderen.
2016-09-10
Cherbourg.
Aangekomen in Cherbourg op 7 september. De stad is een verademing na Le Havre; veel parken, open ruimtes en een historische binnenstad. De invloed van de golfstroom die er voor zeer milde winters zorgt, is er duidelijk te zien. Veel plantensoorten die in Nederland 's de winter niet zouden overleven kunnen hier gedijen, ondanks dat de zomers in Cherbourg niet veel warmer zijn als in Nederland.
Willemijn ligt naast de Alunga uit het Zwitserse Basel, een jacht waarvan de mast 4 weken geleden is gebroken. De eigenaar, Walter, is een gepensioneerde Zwitserse agrarier die met zijn vrouw en hondje naar de Canarische eilanden onderweg is. Nieuwsgierig als ik ben knoopte ik een gesprek over het overduidelijk ontbreken van een mast op zijn boot met hem aan. Hij vertelde me dat hij zowel het jacht als de mast zelf had gebouwd. Dat laatste deed me fronsen. En nog meer toen hij me vertelde hoe de mast was geconstrueerd: 3 stalen buizen die een driehoek vormden met daartussen haakse en diagonale dwarsverbindingen. Zoals bij een hijskraan of een zendmast. De mast bleek bij 25 knopen wind te zijn gaan pompen en was slechts een half jaar oud. Walter is pas drie maanden geleden met zijn jacht, dat er verder zeer degelijk en picobello uitziet, gaan varen. Onder andere door rompslomp met de verzekering moet hij tot november wachten op een nieuwe mast. Dat wordt er dan wel eentje van een gerenommeerde fabrikant. Gelukkig weet hij zich te vermaken met het realiseren van veranderingen aan zijn boot, zoals het aanpassen van de reling voor de plaatsing van zonnepanelen, de realisering van ruggesteunen aan dek bij de mastvoet en natuurlijk een nieuwe mastvoet.
Standbeeld van Napoleon Bonaparte.
Twee eeuwen geleden veroverde hij een groot deel van Europa. Nu wijst hij de weg naar de plaatselijke snackbar.
La Pierre Noire.
Deze boei die vernoemd is naar Zwarte Piet ligt er lekker lui bij.
Tweemastschoener Avontuur.
De Avontuur is een in 1920 in Stadskanaal gebouwd schip dat tegenwoordig onder de vlag van Vanuatu zeilend vracht vervoert. Omdat het een van de schepen is die is aangesloten bij de Sailing Cargo Alliance, waarbij ook het bekende schip Tres Hombres is aangesloten, heeft het geen motor. De 15-koppige bemanning is internationaal. Het schip lag tijdens mijn bezoek twee weken in het binnenbassin te wachten op een goede wind.
Willemijn ligt naast de Alunga uit het Zwitserse Basel, een jacht waarvan de mast 4 weken geleden is gebroken. De eigenaar, Walter, is een gepensioneerde Zwitserse agrarier die met zijn vrouw en hondje naar de Canarische eilanden onderweg is. Nieuwsgierig als ik ben knoopte ik een gesprek over het overduidelijk ontbreken van een mast op zijn boot met hem aan. Hij vertelde me dat hij zowel het jacht als de mast zelf had gebouwd. Dat laatste deed me fronsen. En nog meer toen hij me vertelde hoe de mast was geconstrueerd: 3 stalen buizen die een driehoek vormden met daartussen haakse en diagonale dwarsverbindingen. Zoals bij een hijskraan of een zendmast. De mast bleek bij 25 knopen wind te zijn gaan pompen en was slechts een half jaar oud. Walter is pas drie maanden geleden met zijn jacht, dat er verder zeer degelijk en picobello uitziet, gaan varen. Onder andere door rompslomp met de verzekering moet hij tot november wachten op een nieuwe mast. Dat wordt er dan wel eentje van een gerenommeerde fabrikant. Gelukkig weet hij zich te vermaken met het realiseren van veranderingen aan zijn boot, zoals het aanpassen van de reling voor de plaatsing van zonnepanelen, de realisering van ruggesteunen aan dek bij de mastvoet en natuurlijk een nieuwe mastvoet.
Standbeeld van Napoleon Bonaparte.
Twee eeuwen geleden veroverde hij een groot deel van Europa. Nu wijst hij de weg naar de plaatselijke snackbar.
La Pierre Noire.
Deze boei die vernoemd is naar Zwarte Piet ligt er lekker lui bij.
Tweemastschoener Avontuur.
De Avontuur is een in 1920 in Stadskanaal gebouwd schip dat tegenwoordig onder de vlag van Vanuatu zeilend vracht vervoert. Omdat het een van de schepen is die is aangesloten bij de Sailing Cargo Alliance, waarbij ook het bekende schip Tres Hombres is aangesloten, heeft het geen motor. De 15-koppige bemanning is internationaal. Het schip lag tijdens mijn bezoek twee weken in het binnenbassin te wachten op een goede wind.
2016-09-04
Le Havre.
Op 3 september ben ik, weer op de motor wegens een tegenwind van 2 Bf, van Dieppe naar Le Havre gevaren. Het weerbericht had een weersverslechtering voorspeld om 02:00 's nachts, maar de wind ging binnen 5 seconden van 0 Bf naar 5 Bf om 22:10 's avonds, iets meer dan anderhalf uur nadat ik was aangekomen. 'Een klein uurtje later werd het nog slechter en stond er een vette 6 Bf.
In elk geval heeft Le Havre een goede WiFi-verbinding. Alle foto's tot en met Dieppe staan nu hier op Flickr. Woensdag, wanneer de zon weer schijnt en de wind oostelijk is, zal ik varen naar Cherbourg.
De kathedraal van Le Havre heeft van een afstand wel iets weg van een kleine versie van het Empire State Building. De kathedraal is gebouwd in 1959.
De meeste gebouwen in het westelijke deel van de stad zijn gebouwd in de jaren 50. De reden is dat een groot deel van Le Havre is platgebombardeerd in 1944. Er moesten na afloop van de oorlog zo snel mogelijk zoveel mogelijk woningen komen en het liefst voor zo min mogelijk geld. Dit resulteerde in een betonnen stad vol flats en appartementengebouwen. Erg lelijk. En erg jammer. Mocht je plannen hebben om ooit door Normandie te toeren, dan kun je Le Havre probleemloos overslaan.
Het centrale deel van Le Havre vanaf de golfbreker.
Een betonnen kathedraal tussen betonnen appartementengebouwen en betonnen flats. Willemijn ligt helemaal rechts aan de steiger.
Panorama van het inwendige van de kathedraal in Le Havre door Philippe Dutel.
Eglise Saint Joseph du Havre, Le Havre, France.
In elk geval heeft Le Havre een goede WiFi-verbinding. Alle foto's tot en met Dieppe staan nu hier op Flickr. Woensdag, wanneer de zon weer schijnt en de wind oostelijk is, zal ik varen naar Cherbourg.
De kathedraal van Le Havre heeft van een afstand wel iets weg van een kleine versie van het Empire State Building. De kathedraal is gebouwd in 1959.
De meeste gebouwen in het westelijke deel van de stad zijn gebouwd in de jaren 50. De reden is dat een groot deel van Le Havre is platgebombardeerd in 1944. Er moesten na afloop van de oorlog zo snel mogelijk zoveel mogelijk woningen komen en het liefst voor zo min mogelijk geld. Dit resulteerde in een betonnen stad vol flats en appartementengebouwen. Erg lelijk. En erg jammer. Mocht je plannen hebben om ooit door Normandie te toeren, dan kun je Le Havre probleemloos overslaan.
Het centrale deel van Le Havre vanaf de golfbreker.
Een betonnen kathedraal tussen betonnen appartementengebouwen en betonnen flats. Willemijn ligt helemaal rechts aan de steiger.
Panorama van het inwendige van de kathedraal in Le Havre door Philippe Dutel.
2016-08-30
Samenvatting maand augustus.
Tijd voor een update. Het is inmiddels een maand geleden dat ik uit mijn thuishaven ben vertrokken en al die tijd heb ik niets gepost op dit blog. Ik ben nu eenmaal geen fanatieke blogger. Ik hou wel een reisjournaal op papier bij.
Ik ben in de eerste maand minder ver gekomen dan ik had gehoopt. De wind blijkt namelijk overwegend westelijk te zijn. En aangezien ik tot het stuk boven Brest naar het westen moet, zijn de keuzes simpel: opkruisen en 's nachts aankomen, wachten op wind of varen op de motor. Opkruisen is irritant en 's nachts aankomen in een vreemde haven is vaak problematisch, motoren kost geld en wachten op de juiste wind kost tijd. Ik heb de eerste weken voor wachten gekozen, maar ben de laatste tijd meer op de motor gaan varen.
1 aug.: vertrek Ketelhaven, aankomst Lelystad Haven.
Een prima en kort tochtje met een in principe overbodige stop bij Lelystad Haven. De reden om er te stoppen was het ankeren. Dit gaat namelijk volgens velen prima in de kom naast de haven. En aangezien ik geen enkele ervaring heb met ankeren wilde ik eens een nacht voor anker liggen. Het bleek een heerlijke, rustige ervaring die zeker voor herhaling vatbaar is en uiteindelijk slechts werd verstoord door een mug die na een jacht van een half uurtje geplet werd. Gerechtigheid.
2 aug.: aankomst IJmuiden.
Marina Seaport IJmuiden. De lelijkste jachthaven van Nederland zal eens niet een dure naam hebben. Door meeuwen volgescheten steigers, een volkomen geisoleerde ligging, veel vliegen en Wifi die op de gastensteiger nauwelijks te ontvangen is. De tocht door het Noordzeekanaal was waarschijnlijk een waarschuwing: regen, regen en nog meer regen. Twee vissers op de kade bij IJmuiden die ik door de schemering en bespatte bril niet zag maar die mij wel zagen, besloten zwijgend toe te kijken hoe hun dobbers onder mijn boot verdwenen en besloten zich toen pas kenbaar te maken. Te laat. De volgende keer eerder roepen, jongens.
De voorspelde wind in de dagen na aankomst was 6 Bf. Teveel en natuurlijk uit de verkeerde richting. De zeiler die ik er ontmoette en die me de nodige informatie gaf maakte echter veel goed. De man had een snelle trimaran die hij net had aangeschaft in Florida voor 13.000 dollar. Een goede koop.
5 aug.: aankomst Scheveningen.
Met een goede 5 Bf naar Scheveningen gezeild. De eerste 5 mijl waren zeer onplezierig en ik was dus tot mijn eigen verbazing kotsmisselijk. De zee bleek een smerige klotsbak te zijn door de harde wind van de dagen ervoor. De stroming tegen wind maakte het er niet beter op. Van de drie jachten die voor mij de haven uitvoeren keerden er twee buiten de havenhoofden om. Gelukkig werd het later beter. Scheveningen bleek een erg gezellige haven te zijn. Een totaal andere ervaring dan IJmuiden
9 aug.: aankomst Stellendam.
Eindelijk wind uit het noordwesten. De oversteek van de Eurogeul naar Rotterdam -iets waar ik tegenop had gekeken- bleek een eitje te zijn. Na een uur wachten voor de Goereese sluis kon ik eindelijk de haven in.
Aangezien Stellendam in zoet water ligt zijn er dus muggen. Echt, zodra je op zout water ligt zijn de krengen in geen velden of wegen te bekennen, maar op zoet water ligt zoemen ze om je kop.
12 aug.: aankomst Breskens.
Aha, dus dat is de straf voor het niet raadplegen van het laatste weerbericht. De wind bleek niet te komen uit de verwachte richting en Breskens bleek dus niet bezeild. Wat oorspronkelijk een tocht van 10 uur aan de wind zou worden, bleek een tocht van 16 uur te worden waarin ik meerdere keren overstag moest en ondieptes moest vermijden. De uitgezette waypoints bleken natuurlijk waardeloos. Op het laatst heb ik de motor maar bijgezet. Ik liep de haven van Breskens binnen om 03:30 's nachts en lag pas om 04:00 aan de steiger.
Aankomen in een vreemde haven tijdens laagwater in het donker is een prima recept om aan de grond vast te lopen. En dat gebeurde dus ook. Op 10 meter afstand van de steiger. Geen schade. Wel enige schaamte.
Breskens bleek de volgende dag een plaats die het camping- en dagjestoerisme heeft omarmd na het wegvallen van de visserij als voornaamste inkomstenbron. Op zich niet verkeerd, maar de vele kunstwerken op straat hebben een erg hoog plasticgehalte en teveel is uit de grond gestampt door projectontwikkelaars. Het doet geforceerd aan. Niet dat dit de toeristen afschrikt. Integendeel.
De boot van Cor Fondse.
De HA10 is een voormalige vissersboot die door Cor is ongetoverd tot een visrokerij, restaurant, blikvanger, expositie van maritieme parafernalia en viskraam. Er is ook een hondenact: de scheepshond wordt met een mand, ongeacht de waterstand, aan land en terug aan boord gehesen. De leukste attractie van Breskens.
Zicht op Vlissingen.
Vlissingen vanaf het observatiepunt in Breskens aan de andere kant van de Westerschelde.
15 aug.: aankomst Nieuwpoort.
De tocht naar Nieuwpoort was rustig. Ruime wind 4 Bf, later 5 Bf. Geen bijzonderheden.
17 aug.: aankomst Dunkerque.
Het was niet de bedoeling om naar Dunkerque te varen, maar een motorlekkage en een kapotte bilgepomp om het water in de boot weg te pompen maakten het een noodzaak. Het is best een beetje lullig als je merkt dat de bilge aan het overstromen is en dat je het water niet kunt wegpompen.
Het uitbouwen van de bilgepomp nam een halve dag in beslag. Een pakking bleek verslijmd te zijn waardoor de pomp alleen lucht aanzoog. Het kleine watersportwinkeltje in de stad had natuurlijk geen pakkingen en ook niets dat erop leek, maar het had wel een stootwil in het assortiment. 1 stootwil dus. En de winkelier was volgens mij bedroefd dat hij er afscheid van moest nemen. De rubber wand van de stootwil bleek inderdaad ruwweg dezelfde dikte te hebben als de pakking. Een schaar maakte een einde aan het leven van de stootwil en schiep een nieuwe pakking. De bilgepomp bleek na plaatsing te werken als een tierelier.
De dag erop was de motorlekkage aan de beurt. 4 uur liggend in een onmogelijke houding leidingen demonteren en vloekend gevallen gereedschap uit de motorruimte vissen later, bleek een van de keerringen van het impellerhuis (de impeller pompt het koelwater door de motor) vervormd te zijn. Er zat zelfs een gaatje in. Een zoektocht op het internet leverde op dat een defekte keerring een veel voorkomend euvel is. Het zou leuk geweest zijn om dit eerder te hebben geweten, want dan zou ik er een paar hebben gekocht voor vertrek. Met stukjes keukenrol die met epoxy waren geimpregneerd werd de ring opgevuld en weer in vorm gebracht. Ik vroeg me af hoe lang deze reparatie het zou volhouden. In elk geval zal ik zo snel mogelijk een stel keerringen aanschaffen.
De culinaire specialiteit van Dunkerque en omstreken is "potjevleesch". Stukken konijn, kip en varken worden gekookt en ingeblikt samen met een ruime hoeveelheid zurige gelei/vet. En zo wordt het ook geserveerd: 1/2 'vlees' en 1/2 zurige glibbermassa. Na de oesters in Bangkok en de spruiten zoals mijn moeder ze kookte is dit nu officieel het op twee na smerigste gerecht dat ik in mijn leven heb gegeten.
Zicht op Dunkerque vanaf de klokkentoren.
De linkertoren markeert de locatie van het gemeentehuis van Dunkerque. De woningen linksboven moeten haast wel gebaseerd zijn op kartonnen melkpakken.
24 aug.: aankomst Boulogne-sur-Mer.
Ik ben te lang in Dunkerque gebleven en ik weet eigenlijk niet waarom. In elk geval was de eerste helft van de tocht naar Boulogne-sur-Mer fantastisch. Halve wind, stroming mee en 7,5 knopen snelheid. Zeilen zoals zeilen bedoeld is. Jammer dat de wind later wegviel. Weer motoren dus. De motorreparatie bleek te werken: er stond geen water in de bilge na aankomst.
Boulogne-sur-Mer heeft een aantal mooie monumenten, waarvan de meesten zich in de ommuurde binnenstad bevinden.
De bezoekersmarina en visserskade van Boulogne-sur-Mer 's nachts.
Niemand die ik sprak weet hoe de vissers winst kunnen maken of waar zij op vissen. Iedereen die ik sprak was het er wel over eens dat het knap irritant is dat ze 's nachts met ronkende diesels om 04:00 uitvaren.
29 aug.: aankomst Dieppe.
De langste tocht tot nu toe. Samen met Mad Monkey, een 56 ft Jeanneau met een vijfkoppige Brits-Franse bemanning, uit Boulogne-sur-Mer vertrokken. De wind kwam uit de goede richting, maar viel na twee uur grotendeels weg. Mad Monkey hees een spinnaker en ik startte de motor. Uiteindelijk kwam ik anderhalf uur eerder dan Mad Monkey in Dieppe aan. Nog steeds geen water in de bilge.
Dieppe is gezellig. De staat van verval waarin de twee middeleeuwse kerken in het centrum van de stad verkeren is echter diep triest. Een andere boosmaker is de aanwezigheid van parasieten die om je hoofd zoemen. Nee, geen muggen maar bedelaars. "Monsieur, monsieur, deux euros s'il vou plait". Wanneer je vervolgens ziet wat voor dure horloges ze dragen weet je hoe laat het is.:)
De bezoekersmarina van Dieppe vanaf het oostelijke panoramapunt.
Dieppe landinwaards vanaf het westelijke panoramapunt.
Ik ben in de eerste maand minder ver gekomen dan ik had gehoopt. De wind blijkt namelijk overwegend westelijk te zijn. En aangezien ik tot het stuk boven Brest naar het westen moet, zijn de keuzes simpel: opkruisen en 's nachts aankomen, wachten op wind of varen op de motor. Opkruisen is irritant en 's nachts aankomen in een vreemde haven is vaak problematisch, motoren kost geld en wachten op de juiste wind kost tijd. Ik heb de eerste weken voor wachten gekozen, maar ben de laatste tijd meer op de motor gaan varen.
1 aug.: vertrek Ketelhaven, aankomst Lelystad Haven.
Een prima en kort tochtje met een in principe overbodige stop bij Lelystad Haven. De reden om er te stoppen was het ankeren. Dit gaat namelijk volgens velen prima in de kom naast de haven. En aangezien ik geen enkele ervaring heb met ankeren wilde ik eens een nacht voor anker liggen. Het bleek een heerlijke, rustige ervaring die zeker voor herhaling vatbaar is en uiteindelijk slechts werd verstoord door een mug die na een jacht van een half uurtje geplet werd. Gerechtigheid.
2 aug.: aankomst IJmuiden.
Marina Seaport IJmuiden. De lelijkste jachthaven van Nederland zal eens niet een dure naam hebben. Door meeuwen volgescheten steigers, een volkomen geisoleerde ligging, veel vliegen en Wifi die op de gastensteiger nauwelijks te ontvangen is. De tocht door het Noordzeekanaal was waarschijnlijk een waarschuwing: regen, regen en nog meer regen. Twee vissers op de kade bij IJmuiden die ik door de schemering en bespatte bril niet zag maar die mij wel zagen, besloten zwijgend toe te kijken hoe hun dobbers onder mijn boot verdwenen en besloten zich toen pas kenbaar te maken. Te laat. De volgende keer eerder roepen, jongens.
De voorspelde wind in de dagen na aankomst was 6 Bf. Teveel en natuurlijk uit de verkeerde richting. De zeiler die ik er ontmoette en die me de nodige informatie gaf maakte echter veel goed. De man had een snelle trimaran die hij net had aangeschaft in Florida voor 13.000 dollar. Een goede koop.
5 aug.: aankomst Scheveningen.
Met een goede 5 Bf naar Scheveningen gezeild. De eerste 5 mijl waren zeer onplezierig en ik was dus tot mijn eigen verbazing kotsmisselijk. De zee bleek een smerige klotsbak te zijn door de harde wind van de dagen ervoor. De stroming tegen wind maakte het er niet beter op. Van de drie jachten die voor mij de haven uitvoeren keerden er twee buiten de havenhoofden om. Gelukkig werd het later beter. Scheveningen bleek een erg gezellige haven te zijn. Een totaal andere ervaring dan IJmuiden
9 aug.: aankomst Stellendam.
Eindelijk wind uit het noordwesten. De oversteek van de Eurogeul naar Rotterdam -iets waar ik tegenop had gekeken- bleek een eitje te zijn. Na een uur wachten voor de Goereese sluis kon ik eindelijk de haven in.
Aangezien Stellendam in zoet water ligt zijn er dus muggen. Echt, zodra je op zout water ligt zijn de krengen in geen velden of wegen te bekennen, maar op zoet water ligt zoemen ze om je kop.
12 aug.: aankomst Breskens.
Aha, dus dat is de straf voor het niet raadplegen van het laatste weerbericht. De wind bleek niet te komen uit de verwachte richting en Breskens bleek dus niet bezeild. Wat oorspronkelijk een tocht van 10 uur aan de wind zou worden, bleek een tocht van 16 uur te worden waarin ik meerdere keren overstag moest en ondieptes moest vermijden. De uitgezette waypoints bleken natuurlijk waardeloos. Op het laatst heb ik de motor maar bijgezet. Ik liep de haven van Breskens binnen om 03:30 's nachts en lag pas om 04:00 aan de steiger.
Aankomen in een vreemde haven tijdens laagwater in het donker is een prima recept om aan de grond vast te lopen. En dat gebeurde dus ook. Op 10 meter afstand van de steiger. Geen schade. Wel enige schaamte.
Breskens bleek de volgende dag een plaats die het camping- en dagjestoerisme heeft omarmd na het wegvallen van de visserij als voornaamste inkomstenbron. Op zich niet verkeerd, maar de vele kunstwerken op straat hebben een erg hoog plasticgehalte en teveel is uit de grond gestampt door projectontwikkelaars. Het doet geforceerd aan. Niet dat dit de toeristen afschrikt. Integendeel.
De boot van Cor Fondse.
De HA10 is een voormalige vissersboot die door Cor is ongetoverd tot een visrokerij, restaurant, blikvanger, expositie van maritieme parafernalia en viskraam. Er is ook een hondenact: de scheepshond wordt met een mand, ongeacht de waterstand, aan land en terug aan boord gehesen. De leukste attractie van Breskens.
Zicht op Vlissingen.
Vlissingen vanaf het observatiepunt in Breskens aan de andere kant van de Westerschelde.
15 aug.: aankomst Nieuwpoort.
De tocht naar Nieuwpoort was rustig. Ruime wind 4 Bf, later 5 Bf. Geen bijzonderheden.
17 aug.: aankomst Dunkerque.
Het was niet de bedoeling om naar Dunkerque te varen, maar een motorlekkage en een kapotte bilgepomp om het water in de boot weg te pompen maakten het een noodzaak. Het is best een beetje lullig als je merkt dat de bilge aan het overstromen is en dat je het water niet kunt wegpompen.
Het uitbouwen van de bilgepomp nam een halve dag in beslag. Een pakking bleek verslijmd te zijn waardoor de pomp alleen lucht aanzoog. Het kleine watersportwinkeltje in de stad had natuurlijk geen pakkingen en ook niets dat erop leek, maar het had wel een stootwil in het assortiment. 1 stootwil dus. En de winkelier was volgens mij bedroefd dat hij er afscheid van moest nemen. De rubber wand van de stootwil bleek inderdaad ruwweg dezelfde dikte te hebben als de pakking. Een schaar maakte een einde aan het leven van de stootwil en schiep een nieuwe pakking. De bilgepomp bleek na plaatsing te werken als een tierelier.
De dag erop was de motorlekkage aan de beurt. 4 uur liggend in een onmogelijke houding leidingen demonteren en vloekend gevallen gereedschap uit de motorruimte vissen later, bleek een van de keerringen van het impellerhuis (de impeller pompt het koelwater door de motor) vervormd te zijn. Er zat zelfs een gaatje in. Een zoektocht op het internet leverde op dat een defekte keerring een veel voorkomend euvel is. Het zou leuk geweest zijn om dit eerder te hebben geweten, want dan zou ik er een paar hebben gekocht voor vertrek. Met stukjes keukenrol die met epoxy waren geimpregneerd werd de ring opgevuld en weer in vorm gebracht. Ik vroeg me af hoe lang deze reparatie het zou volhouden. In elk geval zal ik zo snel mogelijk een stel keerringen aanschaffen.
De culinaire specialiteit van Dunkerque en omstreken is "potjevleesch". Stukken konijn, kip en varken worden gekookt en ingeblikt samen met een ruime hoeveelheid zurige gelei/vet. En zo wordt het ook geserveerd: 1/2 'vlees' en 1/2 zurige glibbermassa. Na de oesters in Bangkok en de spruiten zoals mijn moeder ze kookte is dit nu officieel het op twee na smerigste gerecht dat ik in mijn leven heb gegeten.
Zicht op Dunkerque vanaf de klokkentoren.
De linkertoren markeert de locatie van het gemeentehuis van Dunkerque. De woningen linksboven moeten haast wel gebaseerd zijn op kartonnen melkpakken.
24 aug.: aankomst Boulogne-sur-Mer.
Ik ben te lang in Dunkerque gebleven en ik weet eigenlijk niet waarom. In elk geval was de eerste helft van de tocht naar Boulogne-sur-Mer fantastisch. Halve wind, stroming mee en 7,5 knopen snelheid. Zeilen zoals zeilen bedoeld is. Jammer dat de wind later wegviel. Weer motoren dus. De motorreparatie bleek te werken: er stond geen water in de bilge na aankomst.
Boulogne-sur-Mer heeft een aantal mooie monumenten, waarvan de meesten zich in de ommuurde binnenstad bevinden.
De bezoekersmarina en visserskade van Boulogne-sur-Mer 's nachts.
Niemand die ik sprak weet hoe de vissers winst kunnen maken of waar zij op vissen. Iedereen die ik sprak was het er wel over eens dat het knap irritant is dat ze 's nachts met ronkende diesels om 04:00 uitvaren.
29 aug.: aankomst Dieppe.
De langste tocht tot nu toe. Samen met Mad Monkey, een 56 ft Jeanneau met een vijfkoppige Brits-Franse bemanning, uit Boulogne-sur-Mer vertrokken. De wind kwam uit de goede richting, maar viel na twee uur grotendeels weg. Mad Monkey hees een spinnaker en ik startte de motor. Uiteindelijk kwam ik anderhalf uur eerder dan Mad Monkey in Dieppe aan. Nog steeds geen water in de bilge.
Dieppe is gezellig. De staat van verval waarin de twee middeleeuwse kerken in het centrum van de stad verkeren is echter diep triest. Een andere boosmaker is de aanwezigheid van parasieten die om je hoofd zoemen. Nee, geen muggen maar bedelaars. "Monsieur, monsieur, deux euros s'il vou plait". Wanneer je vervolgens ziet wat voor dure horloges ze dragen weet je hoe laat het is.:)
De bezoekersmarina van Dieppe vanaf het oostelijke panoramapunt.
Dieppe landinwaards vanaf het westelijke panoramapunt.
2016-08-03
Vertrokken!
Vertrokken op 1 augustus 2016. Een maand later dan de bedoeling was. Maar ja, soms zitten bepaalde dingen nou eenmaal tegen.
Subscribe to:
Posts (Atom)