2018-04-26

Ook de tweede poging strandt.

20 april vond de tweede poging plaats. De motor liep prima, de omstandigheden waren goed en dus vertrok ik rond 10:00 uur uit Pasito Blanco.

Om 13:00 uur was ik weer terug. Rond 11:30 sloeg de motor weer af. Dit bleek slechts een restant lucht in de brandstofleiding te zijn die ik uit de leiding pompte met de nieuwe brandstofopvoerpomp. Maar terwijl ik dit deed zag ik dat het kleppendeksel van de motor was gebarsten en de motor hierdoor veel olie lekte. Slechts 6 mijl uit de kust keerde ik dus weer om. Na peilen bleek dat een kwart van de motorolie was weggelekt. Toen de stuurautomaat de dag erna ook kuren begon te vertonen was het duidelijk: een oversteek is me niet gegund.

De barst is ongeveer 20 cm lang en zet uit wanneer het kleppendeksel warm wordt.

Beun de Haas kan een boel leren van deze professionele reparatie. Een beetje rode verf erop en niemand die het ooit zal zien. Rechtsachter op de motor is de nieuwe grijze brandstofopvoerpomp te zien.

Het kleppendeksel werd in de dagen erna 'gerepareerd' met Sikaflex kit, aluminium strips en bouten. Het deksel hoeft immers slechts de olie binnen te houden. De fout in de stuurautomaat bleek veroorzaakt te worden door een tweetal deels gecorrodeerde spoortjes op de printplaat in de controle unit. Na reinigen en afdekken met nagellak die ik van de buurvrouw van het Hongaarse jacht Irreversible had geleend, deed deze het weer prima. Desondanks heb ik materiaal verzameld om de reserveautomaat die ik uit Nederland heb meegenomen op de Aries windvaanstuurinrichting te plaatsen, zodat ik een backup heb.

Hoe nu verder? Ik blijf tot eind juni in de Canarische eilanden en zal de boot eventueel op Tenerife uit het water laten halen om de romp-anodes te vervangen. Dit had ik eigenlijk in Trinidad willen doen, maar moet nu hier, want in Afrika gaat dat niet lukken. Daarna zet ik koers naar Kaapverdië en Gambia. In december probeer ik het dan opnieuw.

2018-04-11

Atlantische oversteek: de tweede poging.

Paul Straber, schipper van het Duitse jacht KOBI had alle kaarten van Senegal, Gambia, Frans Guyana en Suriname die ik nodig heb als ik daar naartoe zou willen en was zo vriendelijk om ze me te lenen zodat ik ze kon kopiëren bij een copyshop in Arguineguin, een plaatsje net ten westen van Pasito Blanco. Daar had ik eerder ook de flexibele brandstofleiding gekocht die ik nodig had om de nieuwe brandstofopvoerpomp te installeren.

Toch heb ik besloten dat ik pas een tocht naar Afrika ga maken wanneer een oversteek werkelijk geen optie meer is. Ik ben laat, maar de kans op tropische stormen in april en begin mei is nog acceptabel. Wel heb ik de route die ik eerder had uitgezet aangepast zodat ik Kaapverdië nu op minder dan een dag zeilen passeer.

Ik heb niet veel van Gran Canaria gezien. Ik heb Vegueta (de oude stad van Las Palmas), de Bandama krater en Puerto de Mogan bezocht. Hoog op het verlanglijstje stonden de rotsformaties van Rogue Nublo en het ravijn Barranco de Guayadeque, maar ik kon het even niet opbrengen om een auto te huren en lange wandelingen te maken zoals eerder in Madeira en Lanzarote.

Op zaterdag 14 april doe ik dus een tweede poging om de Atlantische oceaan over te steken. Mocht pech me weer overvallen, dan ga ik naar de Kaapverdische eilanden, Senegal en Gambia, om het in december opnieuw te proberen. De wereldreis komt in dat geval wel te vervallen en zal worden omgezet in een rondje Atlantic.

2018-03-29

Ken je de mop van die gozer die de oceaan wilde oversteken?

Op maandag 12 maart vertrok ik om omstreeks 14:00 uur uit Las Palmas in het noorden van Gran Canaria voor de oversteek naar Barbados. De volgende dag lag ik omstreeks 05:30 met motorpech in Pasito Blanco in het zuiden van hetzelfde eiland.

De wind was fantastisch, met 6,5 knopen zeilde Willemijn langs de oostkust van Gran Canaria naar het zuiden. Rond 20:00 werd er koers gezet naar het zuidwesten en belandde Willemijn in de 'windschaduw' van het eiland. Het duurt ongeveer 6 uur om dit gebied met windstilte over te steken en dus startte ik de motor. Alles ging goed tot 5 minuten na middernacht.

Want toen viel de motor uit. Herstarten lukte, maar de motor weigerde langer dan 5 a 10 seconden te lopen. Vloekend begon ik naar de zoektocht naar de oorzaak. Nu betekent geen wind niet automatisch geen deining en een boot die geen voortgang maakt beweegt in een deining alle kanten uit. De matras en bodemplaat van de eerder zorgvuldig opgeruimde achtercabine werden verwijderd voor toegang tot de motorruimte.

De schoefas draaide makkelijk. Niets in de schroef dus. Volgende verdachte was het brandstoffilter, maar dat zag er nog goed uit. Omdat het loshalen van het brandstoffilter ervoor zorgt dat er lucht in de brandstofleiding komt, is het nodig deze te ontluchten met het hendeltje van de brandstofopvoerpomp. Het moment dat ik het hendeltje bediende voelde ik dat het mis was. De brandstofopvoerpomp was defekt.

Nu heeft Willemijn een reservetank die hoger ligt dan de motor en heeft deze een compartiment van 50 liter die direkt naar de motor loopt. Voordeel is dat de zwaartekracht brandstof naar de motor vervoert. Nadeel is dat de brandstofretourleiding terug naar de hoofdtank loopt. Na de kraan van de reservetank te hebben geopend, startte de motor na enig aarzelen en bleef lopen. De dichtstbijzijnde haven bleek Pasito Blanco te zijn. Daar is ook een ankerplaats, dus werd op de stuurautomaat koers gezet naar Pasito Blanco.

En toen viel de motor opnieuw uit. Het bleek dat het brandstoffilter lekte als een tierelier. Een van de o-ringen, die net iets te groot is, bleek niet goed af te sluiten. Hierdoor werd lucht aangezogen. En zo mocht ik opnieuw in een ongemakkelijke houding in een onplezierig bewegende boot en in een onprettig ruikende dieseldamp aan de slag. Na het nodige gevloek was het probleem opgelost en werd de motor weer gestart.

De dieseldamp was hevig. En zo kwam ik erachter dat er meer brandstof door een brandstofretourleiding stroomt dan ik had gedacht. De in Las Palmas volkgetankte hoofdtank was namelijk al aan het overstromen (4 uur op de motor verbruikt ongeveer 10 liter). Met een jerrycan van 20 liter en een klein handpompje om olie uit het carter te halen wanneer dit ververst moet worden, begon ik de brandstof in de jerrycan de pompen. En net voordat ie vol was... viel de motor uit.

Ik bracht de jerrycan aan dek, gooide hem leeg in de vulopening, wachtte enige seconden en startte de motor opnieuw. Deze sloeg weer aan. En zo bracht ik de volgende 4,5 uur door met het vullen en leeggooien van de jerrycan. Het bleek dat ik per jerrycan tussen de 15 en 20 minuten kon varen. Het vullen duurde helaas ook rond de 15 minuten. Rusten was er dus niet bij.

Misselijk, moe, stinkend naar diesel en met kramp in mijn armen voer ik het haventje van Pasito Blanco in het donker binnen en legde aan aan de steiger van (ja echt) het tankstation van de haven.

De dag erna deed ik het verhaal uit de doeken aan de havenmeester. Gelukkig was een langer verblijf in de haven geen enkel probleem. Een bezoekje aan de lokale werkplaatsen van Yanmar en MAN leerde dat zij dit type pomp niet leveren en dus bestelde ik een vervanger bij Bukh dealer Clouds in Nederland. Deze arriveerde op 27 maart.

De nieuwe pomp bleek echter geen drop-in voor de oude te zijn. De aansluitingen voor de brandstofleiding bevonden zich op een andere plaats. Hierdoor was het nodig om de brandstofleiding aan te passen. Maar na montage van de pomp en de aanpassing aan de leiding sloeg de motor zonder problemen aan toen deze werd gestart.

Probleem is nu dat ik even niet weet wat ik moet doen. Theoretisch kan ik nog direkt oversteken in april, maar als ik koers zet naar Dakar, Gambia en de Kaapverden is er geen haast. Ik bevind me dan ten zuiden van de band waarin de hurricanes zich ontwikkelen en kan dan oversteken naar Brazilie, Frans Guyana of Suriname.

Ik denk dat ik ervoor zal kiezen om dit laatste te doen. Ik moet wel eerst mijn kaarten checken. Ik geloof namelijk niet dat ik kaarten heb voor Senegal, Frans Guyana en Suriname.

2018-03-11

Atlantische oversteek.

Ik weet dat ik het blog de afgelopen weken heb verwaarloost. Ik wijdt het aan de winterdip, de jaarlijkse periode tijdens de donkere maanden dat ik nergens zin in heb. Ik heb meer dan 6 weken doorgebracht op Gran Canaria en heb slechts enkele plekken bezocht omdat ik niet vooruit te branden was. De dip was gelukkig een stuk minder erg dan die van vorig jaar in Lagos. Die duurde 4 maanden, deze slechts anderhalve maand. Hopelijk heb ik er de volgende winter helemaal geen.

Morgen, maandag 12 maart, vertrek ik naar Barbados. Die tocht duurt ongeveer 21 dagen. Ik beloof dat ik het blog na aankomst zal updaten.

2018-02-27

Ook een eventuele Elfstedentocht heeft zo zijn nadelen.

De onderstaande screenshots van Windy.com maken duidelijk waarom ik nog altijd in Las Palmas ben. Door de aanhoudende koude oostenwind in Noord-Europa trekken de depressies zuidelijker dan normaal de Atlantische oceaan over en veroorzaken hier zuidwestenwind. Tegenwind dus voor mensen zoals ik die naar het zuidwesten willen. Als ik in deze omstandigheden weg zou varen, zou ik eerst zes a zeven dagen lang tegen de wind in moeten motoren, om vervolgens in een gebied met windstilte bij de Kaapverdische Eilanden te belanden. Dit is een probleem, omdat ik slechts voor 4 dagen brandstof (inclusief jerrycans) kan meenemen.
Pas volgende week woensdag lijkt hier verandering in de komen. De band (Hadleycel) met de passaatwinden breidt zich naar het noorden uit en de windstiltes die de scheiding vormen tussen de Hadleycel en de noordelijker gelegen Ferrelcel die de depressies naar het westen brengt, schuift op tot bij de Canarische Eilanden. Als ik in die situatie zou vertrekken hoef ik slechts de eerste twee dagen van de tocht te motoren.
Het is echter te vroeg om te zien wat het weer doet na woensdag. Tevens gaat het hier om een lange termijnvoorspelling. En die veranderen wel vaker plotsklaps.

De situatie op dinsdag 27 februari.

De voorspelde situatie op woensdag 7 maart.

2018-02-10

Eindelijk beter weer.

Zondag 4 februari kreeg ik bezoek van een marinero in een rubberboot die me vertelde dat er een plaats was vrijgekomen in de marina. Ik ging dus ankerop en legde dankbaar aan. Gelukkig bleken de voorspelde 50 knopen wind op woensdag en donderdag achteraf niet meer dan 40 knopen te bedragen.
Na vrijdag veranderde het weer. De niet aflatende stroom van zeer harde windvlagen en (hagel)buien die twee weken lang het weer hadden bepaald waren eindelijk ten einde. En het lijkt het erop dat het weer ook voor langere termijn goed blijft, zodat ik binnenkort kan beginnen met de oversteek naar de Carieb.

2018-02-09

De dood van Dirk.

In de zeer vroege ochtend van vrijdag 2 februari sloeg Dirk Bodewes -77 jaar oud- overboord van zijn jacht Hasta la Vista net ten zuiden van de haveningang van Las Palmas. Dirk, een zeer ervaren zeiler die regelmatig jachten naar de andere zijde van de oceaan bracht (delivieries) was zeer bekend en geliefd binnen de Nederlandse zeilersgemeenschap in Las Palmas.

Hij was de dag ervoor met een bemanningslid vanaf Tenerife vertrokken en wilde in zware omstandigheden de haven binnenlopen, toen hij erachter kwam dat de motor niet wilde starten. De oorzaak was een lege accubank door het gebruik van verouderde accu's. Hij besloot hierop om voor anker te gaan op dezelfde plaats waar Willemijn ook voor anker heeft gelegen, maar had geen anker geinstalleerd op de boeg. Dirk is vervolgens in de zware zeegang met een anker naar de boeg gelopen, zonder te zijn aangelijnd en zonder een reddingsvest te dragen. Daar heeft een golf hem overboord kunnen spoelen, doordat het oog waarmee de onderste staaldraad van de reling aan de preekstoel wordt bevestigd, was gecorrodeerd.

Het bemannningslid heeft Dirk hierop een lijn toegeworpen die ook door hem werd aangenomen. Helaas beukte zijn hoofd door een nieuwe golf tegen de romp aan waardoor hij het bewustzijn verloor. Hierop verdween hij uit het zicht. Doordat de marifoon door de lege accus niet te gebruiken was, heeft het bemanningslid hulp proberen in te roepen met de handheld backup marifoon. Maar ook daarvan bleken de batterijen leeg te zijn. Uiteindelijk bood de mobiele telefoon van het bemanningslid uitkomst en kon de reddingsdienst worden ingeschakeld.
Doordat ook de rolgenua vast bleek te zitten, was het voor het bemanningslid moeilijk om de boot in de vlagerige, harde wind van de kust weg te sturen, waardoor het jacht in eerste instantie richting de rotsen voer. Maar verdere ellende kon worden voorkomen doordat de reddingsdienst aan boord kwam, de genua streek en het jacht naar de haven sleepte. Dirks lichaam werd in de loop van vrijdag 5 mijl ten zuiden van Las Palmas op de rotsen aangetroffen.

Woensdag 7 februari was er een bijeenkomst met familie, vrienden en kennissen in de marina om afscheid te nemen van Dirk.

De schade aan de trommel van de rolgenua waardoor deze dienst weigerde is goed te zien. Ook deze schade is het gevolg van de golf. Misschien dat Dirk geprobeerd heeft zich aan de trommel vast te houden. Het is echter ook mogelijk dat het losse anker dit heeft veroorzaakt. Doordat de boot door de Guardia Civil verzegeld is, ligt de door de reddingsdienst gestreken genua nog los aan dek.

Het gebroken en opengebogen oog waarmee de onderste lijn van de reling aan de preekstoel bevestigd was. De verkleuring duidt op corrosie.

Hasta la Vista aan de steiger bij de receptie in de jachthaven van Las Palmas.

2018-02-01

Las Palmas.

Drie dagen na aankomst in Las Palmas veranderde het weer van aangenaam in absoluut waardeloos. Sinds een week is het een opeenvolging van hoosbuien die met  zware windstoten gepaard gaan. Af en toe hagelt het zelfs. Aan land gaan met de dinghy zorgt er steevast voor dat je zeiknat aankomt. Eerst voorspelde het weerbericht dat de windvlagen met 40 knopen het hardst zouden zijn op zaterdag 3 februari, maar nu is de voorspelling dat ze 50 knopen zullen zijn op de woensdag 7 en donderdag 8 februari.

Elke toename van 5 knopen wind zorgt ervoor dat de kracht op het anker verdubbelt. Met windvlagen van 50 knopen lig je 's nachts dan niet echt lekker in je nest. Al helemaal niet wanneer er de ankergrond, zoals hier, niet optimaal is er er niet genoeg ruimte is. Ik probeer daarom ook om voor woensdag een plek in de marina te krijgen. Mocht dat op maandag niet lukken, dan vaar ik dinsdag naar het zuiden van Gran Canaria waar de havens in de windschaduw van het eiland liggen. 


2018-01-27

Fuerteventura en de tocht naar Gran Canaria.

Fuerteventura is een stuk minder mooi dan Lanzarote. De laatste vulkaanuitbarsting op Lanzarote was slechts enkele eeuwen geleden en die transformeerde een groot deel van het eiland. Lanzarote heeft actieve geysers, duidelijk herkenbare vulkanen (waarvan er een vuurrood is) en zwarte vlaktes met enorme lavabrokken.

Het binnenland van Fuerteventura daarentegen lijkt zo weggelopen te zijn uit de spaghettiwesterns: een woestijn met struikjes en heuvels. Clint Eastwood en Lee van Cleef zouden er naadloos in passen. Natuurlijk zijn de heuvels vulkanen, maar veel ervan zijn inmiddels zo geërodeerd dat ze niet meer als zodanig herkenbaar zijn.

De hoofdstad van Fuerteventura is Puerto del Rosario. Het is een middelgrote stad met een zeer kleine kern. Echte monumenten zijn er niet, maar kunstliefhebbers kunnen hun hart ophalen met het grote aantal beelden dat de stad telt. De stad is de hub van Fuerteventura. Hier komen de cruiseschepen en vrachtschepen aan. Het vliegveld ligt net ten zuiden van de stad.

Gran Tarahal, de enige plaats met een noemenswaardige jachthaven, is een klein strandplaatsje dat zichzelf in 2012 een facelift gaf door alle kale muren te voorzien van muurschilderingen. Toerisme is er nauwelijks. Het plaatsje telt weliswaar een paar toeristenrestaurants, maar een souvenirwinkel is er niet.

Morro Jable is nog kleiner, maar het vakantieresort dat er net naast ligt is dat niet. Een lint van resorts, hotels, appartementen en winkelcentra strekt zich langs de hoofdweg en de kust naar het noordoosten uit. De bewoners en vakantiegangers zijn voor het grootste deel Duitsers. Ik zou er geen vakantie willen vieren en er al helemaal niet willen wonen. Er is hier verder niets. Geen natuurpracht en geen bruisende miljoenenstad. Alleen zand, horeca, winkelcentra en toeristenwinkeltjes.

Op zondag 20 januari verliet ik Gran Tarajal en werd er koers gezet naar Punta Jandia, het uiterste puntje van Fuerteventura, om daar een nacht voor anker te liggen. De bewegingen van de boot voor anker vielen mee, maar de ankerketting die over de rotsachtige bodem schraapte zorgde voor de nodige geluidsoverlast in de kajuit.

Fuerteventura in 1 foto.

Bruisende metropool Gran Tarajal. Groot genoeg voor een pizzeria, te klein voor een souvenirwinkel.

Geen kale muren meer in Gran Tarajal. Misschien is het een idee voor steden met veel kale muren om de muurschilderingen een stripverhaal te laten vormen en een wandeltocht uit te stippelen zodat de afbeeldingen in volgorde kunnen worden bekeken.

Het begin van het lint aan toeristenresorts naast Moro Jable.

De tocht naar Las Palmas verliep de volgende dag uitstekend, maar ik was gedwongen om de motor te gebruiken om bij daglicht aan te komen. Onderweg had ik eindelijk succes in het fotograferen van de dolfijnen die weer eens rond Willemijn zwommen. Nou ja, succes... Veel van de foto's zijn enigszins wazig. Het goed fotograferen van een razendsnelle dolfijn op een schommelende boot, door een fotograaf die probeert overeind te blijven staan, vereist duidelijk meer oefening. Een tweede probleem is het feit dat ze overal kunnen opduiken, maar dat je niet alles tegelijkertijd in de gaten kunt houden. Het beste moment kwam toen een dolfijn op zo'n 2 meter naast de kuip volledig uit het water sprong. Ik draaide me snel genoeg om om het dier aan te kijken, maar te langzaam om er een foto van te maken.

Bij aankomst bleek Las Palmas in een nevel te zijn gehuld. met nog 3 kwartier aan daglicht te gaan ging ik voor anker in het baaitje net ten noorden van de jachthaven.

De kustlijn van Fuerteventura net ten noordoosten van Morro Jable.

Naast de boot zwemmen was dit keer niet voldoende voor Flipper en co. Verschillende malen sprongen ze uit het water.



Schepen in de nevel voor anker buiten Las Palmas.

2018-01-14

Eindelijk weg uit Arrecife.

12 januari 2018.
Eindelijk heb ik de lijm die me aan Arrecife vastplakte kunnen lostrekken. Ik heb er bijna 6 weken gelegen. Twee ervan omdat ik totaal geen zin had om verder te varen. Om 12:00 ging ik voor het laatst aan boord van Baltic Dart, de boot van Brenden en Serena McGinley die ik in november 2016 in Lagos had leren kennen en steeds opnieuw ben tegengekomen. We wisselden wat geschenken uit en om 12:45 voer ik Marina Lanzarote in Arrecife uit.

Het nadeel als je anderhalve maand in een comfortabele marina hebt gelegen is dat je weer moet wennen aan de zeegang. En zo kotste ik een uurtje later het zonnepaneel aan bakboord onder. Tevens experimenteerde ik op deze tocht voor het eerst met het uitbomen van de genua. Dit ging beter dan verwacht en slechter dan gehoopt. Na veel gevloek stond het ding eindelijk en warempel, het werkte ook nog. 5 uur na vertrek ging ik voor anker bij Playa Blanca aan de zuidkust van Lanzarote, net buiten de ingang van Marina Rubicon.

13 januari 2018.
Zonder veel wind ging ik rond 11:30 ankerop en stak op de motor over naar Fuerteventura. Geen gekots deze keer. Na een saaie tocht kwam ik rond 5 uur aan in Puerto de Rosario, de hoofdstad van Fuerteventura, waar ik voor anker ging naast de terminal voor de cruiseschepen.

14 januari 2018.
De volgende ochtend stond er wind. 5 Beaufort in combinatie met bewolking, motregen en kou. Ja, ik weet dat ik hier niet mag klagen over kou, maar ik doe het toch. Het. Was. Vies. Koud.

Mein Schiff 4 van Tui (Tui lijkt zijn cruiseschepen op uiterst originele wijze allemaal "Mein Schiff" te noemen en ze vervolgens te voorzien van een nummer) was een paar uur na mijn aankomst vertrokken en in de nacht vervangen door de Aida Vita. Beide schepen ben ik vanaf Madeira, samen met de Mein Schiff 1 en Aida Prima al zeker 8 keer tegengekomen. Cruiseschepen zijn, als je het goed beschouwt, niet meer dan zeer luxueuze veerboten die een vaste dienst onderhouden. In dit geval tussen Portugal, Madeira en de Canarische Eilanden.

Op de ochtend van mijn vertrek hielden bemanning en passagiers van de Aida Vita om 10:00 een oefening. Iedereen een zwemvest om en naar de reddingsboten. 25 minuten later was de oefening voor de passagiers voorbij en mochten ze aan land. Om 11:00 werd omgeroepen dat de oefening ook voor de bemanning was afgelopen, behalve voor de mensen van reddingsboten 5, 8 en 9, die blijkbaar ondermaats hadden gepresteerd en dus nog even mochten dooroefenen. Even later werd omgeroepen dat de sectieleiders om 11:30 op de brug moesten zijn voor de evaluatiebijeenkomst. Denk je op een schip te werken, is het verdomme nog steeds net een kantoor.

Met goede wind en aanzienlijke stroom van achteren en een vieze, hoge zeegang van opzij liep ik, zonder te hebben gekotst, rond 16:00 de marina van Gran Tarajal binnen. Dinsdag wordt er 40-50 knopen wind voorspeld, ik zal hier dus zeker tot donderdag blijven liggen. Zo, en nu een pilsje.